brede beeld over inclusie

Waarom is de opvatting dat inclusie alleen gaat over leerlingen met en zonder beperking/ondersteuningsbehoefte beperkt?

Die opvatting is te smal omdat:
  • Inclusie gaat over álle verschillen tussen kinderen, niet alleen beperkingen of ondersteuningsbehoeften. Denk aan verschillen in sociale achtergrond, cultuur, taal, religie, genderidentiteit, seksuele oriëntatie, talenten en leerstijlen.
  • Inclusie raakt aan de maatschappelijke opdracht van het onderwijs. Die opdracht is niet alleen kinderen kwalificeren (kennis en vaardigheden bijbrengen), maar ook bijdragen aan:
    • Socialisatie: leren samenleven in een diverse samenleving.
    • Personificatie: ontwikkeling van identiteit, waarden en autonomie.
Als we inclusie beperken tot “kinderen met en zonder beperking” missen we die bredere dimensies.

Wat is de bredere opdracht van het onderwijs als het gaat om inclusie?

De bredere opdracht is:
  • Bijdragen aan kansengelijkheid: Ieder kind krijgt eerlijke toegang tot goed onderwijs en de kans zich te ontwikkelen, ongeacht afkomst of achtergrond.
  • Bevorderen van verdraagzaamheid en acceptatie van verschillen: School is een oefenplaats waar kinderen leren omgaan met verschillen en conflicten, en waar ze burgerschapswaarden ontwikkelen.
  • Actief werken aan sociale cohesie: Door verschillen niet weg te poetsen, maar zichtbaar en bespreekbaar te maken, leren kinderen zich verhouden tot de ander.
Inclusie is daarmee een onderdeel van het bredere pedagogische en maatschappelijke doel van onderwijs.

Waarom moeten we breder kijken dan alleen naar inclusie van kinderen met een ondersteuningsbehoefte?

Omdat:
  • Exclusie kent vele vormen. Niet alleen kinderen met een beperking kunnen buitengesloten raken; ook kinderen die “anders” zijn in sociaal, cultureel of economisch opzicht.
  • De samenleving vraagt om meer. We leiden kinderen op voor een diverse samenleving waarin verschillen normaal zijn en waarin samenwerking, respect en wederzijds begrip nodig zijn.
  • Inclusie als sociaal proces. Het gaat niet alleen om wie er in de klas zit, maar ook om hoe we met elkaar omgaan in die klas.

Conclusie

Inclusie is geen einddoel op zich, maar een manier om de bredere maatschappelijke opdracht van onderwijs waar te maken:
  • ieder kind tot zijn recht laten komen;
  • bijdragen aan een samenleving waarin verschillen er mogen zijn;
  • en kinderen toerusten om als volwaardige burgers deel te nemen aan die samenleving.
Als we inclusie beperken tot “kinderen met een ondersteuningsbehoefte erbij hebben in de klas”, doen we zowel de kinderen als de bredere opdracht van het onderwijs tekort.